Woonboerderij naar Nul-op-de-Meter

In Noord-Brabant zijn de ambities met het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad torenhoog. “Alle 800.000 huizen moeten naar Nul-op-de-Meter”.

Zo’n ambitie lijkt beetje op dat van gemeentes “Onze gemeente is in 2035/2030/2025 (wie biedt minder?) energieneutraal” Als je dan het bijbehorende uitvoeringsplan leest kom je niet veel verder dan algemeenheden als “de opgave in de bestaande woningvoorraad is fors, en zal ingevuld worden door innovatieprogramma’s zoals de Stroomversnelling”.

Net als overal in Nederland is er ook in Brabant een grote woningvoorraad die echter compleet buiten de doelgroep van de Stroomversnelling valt, dus ouder dan jaren ’50. Voor deze woningen is een serie van 1 aanpak vereist.

Een van de mede-eigenaren van zo’n oude Brabantse woning heeft aan adviesbureau Plushuis gevraagd om een verkennende case-studie te doen naar de mogelijkheden om deze woning energieneutraal, of liever nog compleet Nul-op-de-Meter te maken.

Het gaat om een zeer a-typische boerderij, die in de geschiedenisboeken staat beschreven als ’t Slot te Heesbeen (gem. Heusden). Deze boerderij deed dienst als fruitbewaarplaats en schapenboerderij, en werd ooit genomineerd als mooiste boerderij van Brabant. Sinds 1976 is het in gebruik als woonboerderij, zie voor uitvoerige beschrijving de website www.woonboerderijtslot.nl

Een huis als systeem

Nicolaas van Everdingen van Plushuis beschouwt een huis altijd als een systeem: Er gaat een hoeveelheid energie in, die vervolgens gegarandeerd 100% weglekt via de routes water en lucht. En het allerbelangrijkste: er willen vooral mensen prettig in wonen. Deze woonboerderij heeft een paar mooie aangrijpingspunten voor zo’n systeembenadering:

  • De muren zijn extreem dik en goed geïsoleerd. In 1943 werd in de boerderij een fruitbewaarplaats gemaakt. Daarbij zijn dikke platen natuurkurk aan de binnenzijde aangebracht;
  • Het volledige rieten dak is in 2011 gerestaureerd;
  • De voormalige schapenschuur achter de woonboerderij heeft een dak Oost-West gericht, en ligt op ca. 20 graden dakhelling. Dit is ideaal om veel zonnestroom te produceren, en eventueel tapwater;
  • Voor de boerderij langs stroomt het riviertje Het Oude Maasje. Dit is een perfecte energiebron voor een warmtepomp.IMG_3755

Maar al te vaak wordt door collega systeem-denkers gezegd: “De goedkoopste groene energie komt uit een windmolen op land, en isoleren is altijd duurder, dus een paar infrarood panelen erin, en windmolen in de buurt, en je bent klaar met je all-electric aanpak”. Van Everdingen vindt dit een erg rigide benadering, die bovendien geen enkele comfortwinst* oplevert. Sterker nog: Een boerderij waar het gemiddeld 16 graden is, en op een enkele plek aanvoelt als 18-20 ºC is echt geen vooruitgang ten opzichte van de situatie voor de renovatie met het gasketeltje, dan kachel je pas echt achteruit!

In dit geval komt een stevige renovatie op een “organisch moment”: De kozijnen en het enkele glas zijn sowieso aan vervanging toe, dus hupakee, voor slechts € 30,-/m2 meerprijs ten opzichte van HR++ glas heb je tripleglas, dat 2 x zo goed isoleert…Dus stop met neuzelen over terugverdientijden, en tel uit je comfortwinst!

Plus-je-Huis plan:

Plushuis heeft zich voor deze renovatie laten inspireren door het bakhuisje uit 1700 dat door DNA lid Carl-Peter Goossen tot passiefhuis niveau is gerenoveerd. Plushuis komt met het volgende voorstel:

  • Vervang alle kozijnen (vurenhout, uit 1976, sowieso aan vervanging toe) door passiefhuiskozijnen en triple glas;
  • Verwijder de tegels en betonvloer (ook uit 1976) die direct op het zandbed liggen, door een goed geïsoleerde vloer met vloerverwarming;
  • Trek het immens grote achterhuis bij de woning, eventueel als 2e De dakconstructie is zo bijzonder, dat je die bij voorkeur in het zicht laat. Dit zou kunnen door van triple glas een “huis in een huis” te bouwen;
  • Leg een gesloten bron in het riviertje voor de water-water warmtepomp.  De natuurkunde leert ons dat water van 4ºC het zwaarste is: dus in de strengste winters zal ter plekke van de brondleiding altijd water van minimaal 4 graden zijn. In de praktijk zal dit echter meestal hoger zijn: In de nabij gelegen Biesbosch varieert de watertemperatuur van 6º in de winter tot 18º in de zomer. Ter vergelijking: een verticale bron levert jaarrond een brontemperatuur van ca. 7ºC. Deze is in aanleg echter weer (veel) duurder. 
  • De achtergelegen schuur heeft een dakoppervlak van ca. 450 m2. De helft op het oosten, de andere op het westen. Er liggen asbest golfplaten op, zodat dit dak in aanmerking komt voor de subsidieregeling verwijderen asbestdaken van RVO.

't Slot te Heesbeen kap achterhuis IMG_0344

Energiebalans:

Naar ruwe schatting (dus nog niet aan gerekend met een rekentool als nZEB of BENG2020**) is de warmtevraag in totaal ca. 30.000 kWh/jr om deze boerderij van 300 m² begane grondoppervlak na renovatie te verwarmen.

Deze warmtevraag wordt door een water-water warmtepomp met een jaarrond CoP van ca. 4 met een energieverbruik van ca. 7500 kWh/jr geleverd. Het tapwater wordt in de periode april – okt. volledig verzorgd door een zonneboiler. In de winter springt de warmtepomp bij.

Om de boerderij Nul-op-de-Meter te krijgen moet er additioneel 3150 kWh voor het huishoudelijk gebruik opgewekt worden; totaal dus 10.650 kWh/jr dat voor deze all-electric woonboerderij nodig is. Als echte systeemdenker zou je dit elektriciteitsgebruik  willen afdekken met een lokale windmolen (Het Eneco park Waalwijk ligt vlakbij). 

Omdat dit geen burgerwindmolens zijn waar je in kunt participeren kiezen we voor een dak vol zonnepanelen. Bij 150 kWh/m²/jaar opbrengst uit zonnepanelen is ca. 70 m² dak nodig. Door deze samen met de overige 380 m² dak in een Postcoderoos project onder te  brengen bij lokale energiecoöperatie Energiek Heusden  kunnen bewoners in de omgeving investeren in een collectieve burgerzonnecentrale. Voordeel voor de bewoners is dat de energiebelasting 15 jaar gegarandeerd nihil is, en loop je geen risico’s op afschaffen van de saldeerregeling. 

Financiering

Verschillende banken verstrekken een extra NoM hypotheek voor zo’n renovatie van € 27.000,- op voorwaarde dat er een Prestatiegarantie afgegeven wordt voor 10 jaar door de aanbieder. Dit is ook voor deze renovatie goed te doen**

Slotsom:

De opgave om de complete woningvoorraad in 2050 energieneutraal gemaakt te hebben, lijkt bijna onmogelijk. Door voor de massa aan rijwoningen in te zetten op Stroomversnelling achtige seriematige aanpak , en voor de overgebleven woningen met (systeem)kennis van zaken en het benutten van natuurlijke momenten en kansen maatwerk te leveren móet het te doen zijn.

Opmerkingen:

*Plushuis hanteert bij al zijn advieswerkzaamheden als leidraad de “Altijd Lente” ontwerpfilosofie: Door geen concessies te doen aan comforteisen (‘Licht, lucht & leven”) wordt het gevoel van “Altijd Lente” jaarrond het beste gegarandeerd. Zie deze blog

** Plushuis heeft voor een Nul-op-de-Meter nieuwbouwproject voor het afgeven van het onderdeel Energieprestatie van de gehele Prestatiegarantie collega DNA in de Bouw-er René de Brouwer van Evanston Consulting met de BENG2020 rekentool het ontwerp nauwkeurig door laten rekenen. Dit is ook hier het advies.

 

 

 

 

10 jaar Prestatiegarantie op “Altijd Lente” nieuwbouw

Particuliere opdrachtgevers in Lunteren hadden met een lokale aannemer en architect een traditioneel ontwerp gemaakt dat juist voldeed aan Bouwbesluit (EPC=0,4). Omdat zij zich hierbij niet senang voelden, hebben zij ‘Plushuis’ om advies gevraagd.

De opdrachtgevers hadden sterk het gevoel dat ze met dit Bouwbesluit-ontwerp een huis gingen bouwen dat vanaf de dag van oplevering direct al achterhaald was. “Wij bouwen maar één keer in ons leven een eigen huis, dan graag meteen toekomstbestendig.”

Nicolaas van Everdingen van Plushuis is gespecialiseerd in toekomstbestendig (ver)bouwen. Hij stelde voor om binnen de beperkte ruimte die er nog was het ontwerp aan te passen. Hij verving het bakstenen buitenblad met spouw door een volledige schilisolatie met afwerking van stucwerk. Zo steeg de isolatiewaarde fors maar bleef hij binnen het bouwvlak en het bouwbudget. Door daarnaast extra aandacht te besteden aan de luchtdichtheid, aan zonwering en nachtventilatie, en keuze voor een all-electric concept met duurzame verwarmingstechnieken, zou de energiezuinigheid van het ontwerp aanmerkelijk verbeteren. Hierdoor is het ontwerp Nul-op-de-Meter geworden.

NoM Nieuwbouw ZW Plushuis projectNoM nieuwbouw ZO Plushuis project

Let op de verschillen: geen schoorsteen meer (all-electric!), indak PV systeem.

De sprong die je maakt van EPC=0,4 uit bouwbesluit 2016 naar Nul-op-de-Meter laat zich het beste grafisch weergeven:

Schermafbeelding 2016-06-27 om 09.42.33

1e Nul-op-de-Meter Rabobank hypotheek in Nederland

De Rabobank verhoogt de leencapaciteit met € 27.000 specifiek voor dergelijke Nul-op-de-Meter woningen op voorwaarde dat het ontwerp een EPC van 0 heeft, met aanvullend een opwekcapaciteit van tenminste 3.150 kWh per jaar aan duurzame elektriciteit. Ook moet er een Prestatiegarantie afgegeven worden voor 10 jaar door de aannemer. Dit is de eerste hypotheek in Nederland die Rabobank onder deze condities verstrekt.[1]

 

Prestatiegaranties vragen aandacht

De harde eis van 10 jaar garanties op een energiezuinig, gezond, maar vooral comfortabel huis vraagt veel aandacht voor details in de ontwerpfase én tijdens de uitvoering. Plushuis is lid van DNA in de Bouw[2] waarbij deze aandacht in de standaard werkwijze zit.

Omdat de aannemer geen ervaring heeft met luchtdicht bouwen is de expertise van DNA lid Peter van der Kleij van ingenieursbureau Van der Kleij ingeroepen. Hij heeft samen met de aannemer op zo praktisch mogelijke manier de luchtdichtheid naar een hoger niveau gebracht door een goed plan van aanpak en training-on-the-job van de werknemers. Met de controles op de bouw wordt ingezet op kwaliteitsborging. Ook wordt halverwege en bij oplevering een blowerdoor-test gedaan om te testen of de afgesproken luchtdichtheid wel gehaald wordt.

Plushuis wist dat voor het afgeven van de Energieprestatiegarantie een EPC berekening niet zou volstaan, en vroeg daarom René de Brouwer van Evanston Consulting om met het BENG2020 rekenmodel dit ontwerp nauwkeurig door te rekenen. Hierdoor is de aannemer maximaal ondersteund bij het afgeven van de Prestatiegarantie. Volgens de berekeningen gaat dit all-electric huis in een gemiddeld klimaatjaar ca. 6700 kWh per jaar gebruiken.

Systeemkeuze

Er is gekozen voor het all-electric installatieconcept van Green-Igloo, met een lucht/water warmtepomp en een zonneboiler met een grote buffertank (500 l), om in de toekomst zo flexibel mogelijk te kunnen inspelen op schommelingen in de energieprijzen, en zoveel mogelijk eigen energie zelf in te zetten. De binnen-unit van de warmtepomp en de buffertank staan in de geïsoleerde berging. De indak-zonnepanelen (Zonnecomfort) liggen in het dak van het woonhuis en de indak-zonnecollectoren op het dak van de berging. Een douche-WTW zorgt voor een sterk verminderde tapwatervraag.

Thercon/Orcon garandeert 10 jaar lang de probleemloze werking van de technische installatie, waarbij het periodieke onderhoud middels een onderhoudscontract is vastgelegd. Met het meetsysteem van de warmtepomp worden de prestaties van de woning 24/7 nauwkeurig gemonitored. Plushuis bespreekt periodiek deze prestaties met de opdrachtgevers, zodat bijgestuurd kan worden als dat nodig is.

Ontwerpfilosofie “Altijd Lente”

Plushuis hanteert bij alle advieswerkzaamheden voor zowel renovatie als nieuwbouw zijn  “Altijd Lente” ontwerpfilosofie als leidraad: Door geen concessies te doen aan comforteisen wordt het gevoel van “Altijd Lente” jaarrond het beste gegarandeerd. In deze video licht Nicolaas van Everdingen dit toe: https://www.youtube.com/watch?v=AEJBl0j_eK0

Betrokken partijen:

De rol van Plushuis is om alle kennis van de betrokken partijen tot waarde te brengen, en als er kennis ontbreekt, deze in te brengen.

Plus-je-Huis team

Bouwmanagement en systeemintegratie : Plushuis (Nicolaas van Everdingen), tel.nr: 06-43148464

Aannemer: Van den Brandhof, Lunteren

Architect: ABCV Architectuur (ir. Alfred Verschuur), Lunteren

Installateur: Van Veldhuizen BV, Ede

Advies en metingen luchtdichtheid: Ingenieursbureau Van der Kleij  (ir. Peter van der Kleij), Arnhem

Energieberekeningen: Evanston Consulting (ir. René de Brouwer), Ermelo

Leverancier technische installaties: Thercon & Orcon, Veenendaal

Indak zonnepanelen: Zonnecomfort, Maarsbergen

Isolatiesysteem (Sto Therm Classic): Sto, Tiel

Kozijnen (Acoya): Doornenbal, Veenendaal

Financiering: Rabobank Gelderse Vallei, Barneveld

[1] Extra hypotheek Rabobank: Om in aanmerking te komen voor €27.000 extra financieringsruimte bovenop het maximale leenbedrag wat berekend wordt op basis van het loon is er een energieprestatiegarantie nodig. Hierbij garandeert de aannemer aan de bewoner dat bij normaal gebruik van de woning de energiemeter over het jaar op 0 uitkomt voor een periode van 10 jaar.  Daardoor mogen de hypotheeklasten iets hoger zijn.

[2] Dna in de Bouw is een kennisnetwerk van organisaties en heeft de volgende doelstellingen:

  • Duurzaam, gezond en energie-efficiënt bouwen, renoveren en onderhoud in de regionale context stimuleren en versnellen.
  • Bijdragen aan integrale samenwerking van de regionale bouwkolom.

Contactformulier:

Altijd Lente

Sinds de bouw van mijn Plushuis in 2012 heb ik tientallen rondleidingen door mijn huis gegeven aan 100-en burgers, bouwers en bestuurders, en vele adviesgesprekken gevoerd.

Standaard vraag is altijd: “Wat is dit Plushuis nu precies voor een huis? Is het nou een passiefhuis, een active-house, of is het een nul-op-de-meter woning?”

Ik probeer dan uit te leggen dat het een mix hiervan is. Maar daarmee wordt geen genoegen genomen, het Plushuis moet en zal in 1 hokje passen, eerder gaan ze niet naar huis. Omdat deze hokjes mij net niet passen, heb ik er in 2012 een categorie aan toegevoegd, die van “Altijd Lente”.

Als ik uitleg wat ik hiermee bedoel zie je mensen die je halverwege de rondleiding kwijt was geraakt, omdat je begint over luchtdicht en dampopen, warmtepomp en WTW, weer opveren. “Oh, nu snap ik het! Het gaat hier helemaal niet meer om trias-energetica, of louter de energierekening naar nul te brengen. Het gaat erom dat hier mensen prettig in kunnen wonen!”

Goede vriend Erik Groeneveld, die ik met deze filosofie heb geïnspireerd tot het zelfbouwen van zijn Hennephuis, schreef hier een blog over grijzemassa.blogspot.nl/het-hennephuis-is-een-woon-huis .

Hoezo dan……“Altijd Lente”? En waarom geen….

  • Passiefhuis: Door de Duitse afkomst is het Plushuis in de basis een passiefhuis: Zoveel mogelijk energie uit de zon passief naar binnen halen. En als het eenmaal binnen is, binnen houden met stevige isolatie, veel aandacht voor detailleren zodat er zo min mogelijk koude bruggen zijn, en hele goede luchtdichtheid. Het Plushuis is niet gecertificeerd met een Nederlands keurmerk, daar kan ik namelijk niet in wonen, maar het voldoet wel bijv. aan de keiharde Duitse passiefhuis eis voor luchtdichtheid (Qv10 van 0,15). Dat is een niveau dat voor meeste Nederlandse bouwers nog onwaarschijnlijk hoog ligt. Dit zorgt voor een enorm hoge mate van comfort, het zorgt immers voor de volledige afwezigheid van koudestromingen langs je lijf, in gewoon Nederlands tocht dus.
  • Active House: In een Active House worden aanvullende eisen gesteld aan onder andere lichttoetreding en het maximum aan CO2 dat is toegestaan. Toen ik in 2009 het Plushuis ging ontwikkelen stelde ik deze aspecten ook als basisvoorwaarden.
  • Nul-op-de-Meter: Nul op de Meter of NoM heeft als drijvende kracht de energierekening: met inzet van de energierekening de meer-investeringen terugverdienen. Ik koos bewust voor een “energiesoepele” technische installatie, met een bodem-warmtepomp die met zo min mogelijk elektrische energie de koudste dagen zou kunnen doorkomen. Hierdoor houd ik elk jaar van de 10 MWh die de 42 zonnepanelen produceren een slordige 5 MWh over. Dus eerder “plus-op-de-productiemeter” dan NoM…vandaar die naam Plushuis.
  • Bio-based: het Plushuis is een mix; het casco is volledig HSB (Hout Skelet Bouw), met ook de vloeren en dak in HSB, dus met hout als constructiemateriaal. Alleen de bodemplaat en kelder zijn van beton. De buitenwand is bekleed met een cementvezelplaat, waarin de vezels uit de houtzagerij zijn vermengd met cement. Helaas is de isolatie nog met traditioneel glaswol. Met de kennis van nu was ik zeker op zoek gegaan naar een prefab systeembouwer die met biobased materialen damp-open bouwt.
  • Damp-open of damp-dicht: Het Plushuis is door een Duitse prefab systeembouwer gebouwd die standaard dampdicht bouwt. In de ecologische bouwwereld is dit “vloeken in de kerk”, en vaak wordt het argument genoemd “je wil toch niet wonen in een regenpak”. Ik heb vanaf het begin de relatieve luchtvochtigheid gemeten, en die ligt jaarrond 24/7 op hele comfortabele waarden rondom de 50%. Hiervoor zorgt de WTW installatie, die je sowieso nodig hebt om voldoende frisse lucht binnen te krijgen. Dus ook hier “Altijd Lente”.
  • Fluisterstil: Aan het gevoel dat het “Altijd Lente” is in het Plushuis draagt ook de fluisterstille ventilatie bij. Wat ik zelf echt een ondergeschoven kind vind in de woning(ver)bouw is geluid. Doordat je juist door triple glas en kierdichtheid veel minder geluiden van buiten hoort, gaan interne geluidsbronnen zoals ventilatie, koelkast en vaatwasser snel tot ergernis leiden. De eis uit het Bouwbesluit voor geluid gaat mij zelf niet ver genoeg. Gelukkig is het Plushuis voorzien van een fluisterstil ventilatiesysteem, door het toepassen van geluidsdempers op bijna elk inblaas en afzuigventiel. In de lente gaan de ramen open, zodat je de vogels hoort.

Mijn advies: Doe geen concessies aan uitgangspunten en aan gewenste kwaliteit. De meest gebruikte term in de bouw “het kan best zo” staat garant voor heel veel problemen, waardoor je eerder bij het “altijd herfst” gevoel uitkomt, dan dat zo gewenste gevoel van “Altijd Lente”!

Voor de renovatie van bestaande woningen heb ik onder de naam Lentehuis in een klein team van DNA in de Bouw leden gewerkt aan vernieuwbouwconcepten, waarbij ons uitgangspunt steeds deze ‘Altijd Lente” filosofie is.

In Nijmegen vernieuwbouwt Esther Schenkelaars op dit moment haar eigen woning tot “Altijd Lente” demowoning: e-novatiewinkel.nl/realisatie-demowoning-nijmegen.

Zelf werk ik als zelfstandig adviseur (vnl. in Regio Food Valley) voor zowel nieuwbouw- als renovatieprojecten volgens de filosofie van ‘Altijd lente’. Zie ook interview Ede-TV 16 mei 2016

In dit blog beschrijf ik hoe ik een stel dat ongelukkig was met hun ontwerp van een “standaard EPC=0,4 Bouwbesluit” nieuwbouwhuis heb begeleid om er een echt toekkomstbestendige woning van te maken. Dit ontwerp heeft de eerste Nul-op-de-Meter hupotheek (€ 27.000,-) van de Rabobank in Nederland gekregen, en waarvoor 10 jaar Pretstatiegarantie is afgegeven.

Welkom warmtepomp, exit gasketel

Een bezoekje aan de VSK 2016 maakte het duidelijk: We gaan dit jaar massaal aan de warmtepomp. Het is gedaan met de hegemonie van het gasketeltje.

Op de VSK struikelde je dit jaar over de mannen van middelbare leeftijd met gesponsorde linnen tassen met maar 1 doel voor ogen: Ik weet ook niet hoe, maar die gasketel gaat eruit. De door mij meest gehoorde vraag op de VSK is “Kunt u mij die werking van zo’n, eeeh waterpomp, of was het nou warmtepomp, nog eens uitleggen?” En meteen erachteraan : “Er zit toch wel RVO ISDE subsidie op, meneer?”

Hele generaties zijn in Nederland gasland opgegroeid met het idee dat ons gas oneindig is, en nog bijna gratis ook. Nu we met die gaswinning ook wat ongewenste bijeffecten blijken te introduceren zoals aardbevingen, en stijging van CO2 en zeeniveau, willen we daar opeens massaal vanaf. Voor al deze mensen die van het gas af willen begint de grote zoektocht en twijfels. Wie gaat hen het in hun situatie meest passende systeem adviseren en verkopen?

Zelf ondernam ik deze zoektocht naar een gasloos passiefhuis in 2009 en kwam uit op een water-water warmtepomp. Deze heeft de beste papieren om juist als je hem het hardste nodig hebt, midden in de winter, het meest efficiënt warmte te kunnen opwekken, zonder het elektriciteitsnet over te belasten, en vooral terug te moeten vallen op kolenstroom. Let op overstappers: dat effect is sterker naarmate een huis minder goed geïsoleerd is, zie blog Harm Valk ‘Schijnneutraal’ Zonder isoleren verruil je je veel te hoge gasrekening in voor een veel te hoge elektriciteitsrekening, en kom je van een koude VSK kermis thuis. En massaal met houtkachels van het gas af gaan is ook een heel slecht idee, zoals deze energie-pioniers 26 jaar terug al deden, gezien de serieuze gezondheidsproblemen die dat oplevert.

De VSK Smaakmakers

Wat waren de smaakmakers op de VSK op het gebied van slimme installatieconcepten? De jury heeft in mijn ogen terecht de systemen met een 1e prijs gehonoreerd die het beste gekeken hebben naar de retro-fit in al die 7,1 miljoen woningen (5,7 miljoen van voor 1991) waar we “iets” mee moeten:

ITHO-Daalderop biedt met het prijswinnende Zero Energy Concept een hele sterk doorontwikkelde all-electric systeemoplossing. Je ziet hier goed hoe kennis door deelname in De Stroomversnelling leidt tot ontwikkeling van dit markrijpe productaanbod. Deze lijn heeft als basisfilosofie de bodem als stabiele bron van energie, en altijd in combinatie met stevig (na-)isoleren. Dit maakt hem uitermate geschikt voor de seriematige aanpak van huurwoningen, waardoor de kosten per individuele bodembron binnen de perken kunnen blijven. Op individueel serie van 1 niveau van de particuliere woningeigenaar gaan de startkosten van een bronboring (orde grootte € 2500,-) misschien snel knellen (puur gevoelsmatig, kink tussen de oren!), ook als het exploitatieplaatje gunstig is. Laat in het rekenmodel het salderen wegvallen, en een bron kan snel uit.

Inventum presenteerde de Warmtewinnner aan het grote publiek. Inventum fluisterde mij in het oor dat deze techniek al 6 jaar op de markt is, maar omdat er nu een gelikte doos omheen zit, een Eneco reclamecampagne achter, en ook nog eens een fijne subsidie, het opeens een hardloper wordt. Inventum verkoopt deze onder eigen naam als de Ecolution. Hij komt in de plaats van de MV box en brengt mbv een lucht-waterwarmtepompje energie in het CV deel. Hij is te combineren met elk merk gasketel. Ook in de all-electric nieuwbouw past Inventum dit concept toe.

Hij lijkt nog meeste op dit systeem dat ik ken van de Duitse bouwer van mijn Plushuis: De lucht-lucht warmtepomp die het laatste restje energie uit de afgevoerde ventilatielucht perst, en terugvoert in de ingaande lucht. Hiermee worden al vele jaren 100-en huizen all-electric verwarmd, maar let op: wel van passiefhuis isolatieniveau!

Voor de snelle overgang naar zoveel mogelijk van het gas af lijkt me die Ecolution een prima ding: Enige twijfels: die voorspelde max. 60% besparing lijkt me onwaarschijnlijk hoog. En wat doe je als over paar jaar je gasketel het gegarandeerd begeeft?

Natuurlijk zijn er meer aanbieders van warmtepompen en ventilatiesystemen die proberen met een complete lijn het hele spectrum van energetische renovatie in de huur- en koopsector tot aan nieuwbouw te bedienen. Mooi voorbeeld daarvan zijn de bedrijven Thercon en Orcon die samen met het Green Igloo concept hard aan de duurzame weg timmeren.

En wat als ik echt wil gasgeven?

De particulier heeft al met al geen excuses meer om nog maar even niets te doen omdat er geen aanbod aan slimme installatietechnieken zou zijn. En als hij denkt “wat een gerommel in de marge, ik wil echt gasgeven en mijn complete huis gaan vernieuwbouwen”? dan moet hij voorlopig nog wat beter zoeken.

Maar let op: Het moment waarop de warmtepompen als integraal onderdeel in een  complete Nul-op-de-meter vernieuwbouwing als Lentehuis en NEWhuis uit bijvoorbeeld de Factory Zero gaan rollen komt snel dichterbij!

Een stukje molenwiek voor je verjaardag

Een stuk molenwiek voor je verjaardag

foto molen EdeDe bouw van de 2 windmolens met 100 m. ashoogte in Ede was een spektakel, fotograaf Bruno Pieters bouwde een prachtige website over de bouw. Nu de 2 nieuwe windmolens in Ede bijna gaan draaien, krijgt de Edese bevolking de kans om te participeren in de molens.

Da’s mooi zou je zeggen. Met een stukje molen produceer je immers je eigen stroom lokaal en duurzaam[1]. Zeker de mensen die nu al all-electric wonen en electrisch vervoer hebben, hebben dan hun hele energievoorziening übergroen geregeld.

Zal ik instappen?

Als netto-producent twijfel ik nog om mee te doen: Jaarrond produceert het Plushuis immers al 2 x zoveel als dat het verbruikt (ik rij nog niet electrisch). De 5000 kWh/jr aan “zomeroverstroom” lever ik sinds kort af  als ValleiStroom via Duurzame Energie Unie aan leden van mijn eigen lokale  Energiecoöperatie Valleienergie (hoe tof is dat !?).

Surplus Plushuis 17 mei 2016
Dankzij het netwerk (en salderen😉 komt het Plushuis met ca. 5000 kWh/jr “zomeroverstroom”  riant de winter door. Maar omdat de 42 zonnepanelen in de winter maar weinig doen, juist als de vraag door de warmtepomp hoog is, komen we in de winter netto ca. 1700 kWh tekort.

In mijn eerdere blog liet ik zien dat daarvan ca. 1200 kWh nodig is voor de warmtepomp, en dat je die liefste als warmte zou willen opslaan. De overige 500 kWh moet ik dan nog in de winter inkopen om te kunnen koken, te bloggen en twitteren. Overigens: deskundige op dit gebied Jos Blom, consultant Strategie & Innovatie van netbeheerder Alliander, raadde op de 39e WijKrijgenKippen expertsessie over opslag opslag in welke vorm af: “Zolang we grijze stroom nog kunnen verdringen met groene stroom moeten we dat vooral doen. Pas als we over zeg 20 jaar volledig op groene stroom draaien gaan we wat mij betreft over opslag in particuliere woningen nadenken.”

In mijn streven om jaarrond mijn energievoorziening lokaal en duurzaam geregeld te hebben, zal ik volgens de definitie binnen 10 km van mijn huis die winterstroom moeten opwekken. In de nadagen van mijn “Greenchoice” tijd (2003-2015) stond er volgens de Greenchoice opwekkerskaart bij een Groninger akkerbouwer een molen voor mij te draaien; dat is op ca. 180 km afstand. Dus dat aandeeltje in de Edese windmolens moest er toch maar komen.

Burgermolens ?

De bouwer en exploitant Raedthuys Energie heeft een uitgebreide Informatiememorandum_Windpark_Maanderbroek.pdf opgesteld[2]. Als volkomen leek op gebied van beleggen valt het me nog niet mee om precies te begrijpen wat hier in staat. Ik lees bijv. “Obligatie= Niet-beursgenoteerde verhandelbare schuldtitels op naam, die niet converteerbaar in aandelen zijn, nominaal groot EUR 500,- per stuk (exclusief 3% emissiekosten)” Ik begrijp nog net dat ik altijd achteraan sluit in geval van faillissement , onvoorziene invloeden van buitenaf etc. Ook lees ik dat er slechts voor € 500.000,- van de totale bouwkosten van 7 miljoen aan obligaties worden verkocht. En dat je kans maakt op 4,5 % rente, gedurende 5 jaar, als je tenminste in postcode(roos?)gebied woont van 6711 AA tot en met 6745 XM. Daarbuiten 3,5 %. Dat leveren mijn Triodos (zakelijk) en ASN (privé) spaarrekening sowieso niet op.

Uit de kritieken van elders[3] begrijp ik dat deze manier van een windmolen exploiteren nog geen echte “burgermolen” oplevert. Dan had mijn lokale energiecoöperatie Valleienergie al bij de gunning door de gemeente Ede in 2011 volgens het veelgeprezen Deventer-model de samenwerking moeten aangaan. Maar dat is achteraf makkelijk praten: Valleienergie bestaat in juni pas 3 jaar.

Windhandel

Maar goed, je wilt toch iets..dus zet ik mij over de bedenkingen heen, en besluit: Ik ga wél in de “windhandel” voor mijn eigen jaarrond duurzame lokaal opgewekte energie.

Hoeveel dan? Voor het aantal obligaties (à € 500,-/stuk) redeneer ik als volgt: Ik wil in ieder geval de dagen dat ik het meeste stroom verbruik door kunnen komen op lokale windenergie. Netto (dus na aftrek eigen PV productie) moet ik nog ca. 26 kWh/dag inkopen. Dit trek ik door naar jaarrond, en kom ik op ca. 9500 kWh aan benodigde molenproductie.

Over de opbrengsten van de 2 windmolens met 3,2 MW vermogen elk zegt de prospectus: “De gemiddelde windsnelheid op de locatie van het Project Windpark Maanderbroek bedraagt op ashoogte circa 6,4 meter per seconde. De locatie is daarmee aan te merken als een landlocatie met goede wind-condities. De gemiddelde geprognosticeerde bruto jaarlijkse elektriciteitsproductie van de Windturbines is berekend op 14.200.000 kWh. In deze productieprognose is al rekening gehouden met verminderde productie als gevolg van parkverliezen.”

Dus dan zou ik 14.200/9,5= ca 1/1500e deel van de molens moeten kopen. De bouwkosten bedragen 7 miljoen, 1/1500e deel daarvan is € 4600,-, dus 9 aandelen.

Kadootje!

Dat lijkt me nou een mooi verjaardagskado voor mijn kinderen: “Alsjeblieft, dit jaar geen fiets, maar een stukje molenwiek.” Je kunt er dan wel niet op fietsen, maar je komt er héél ver mee.

Voetnoten:

[1] In het SER Energieakkoord is afgesproken dat er in 2020 6000 MW wind op land en 4500 MW wind op zee gerealiseerd moet zijn. Er staat nu ongeveer 2500 MW windvermogen. Dat betekent dat er 3500 MW windvermogen bij moet komen. Dit zijn bijna 1200 windmolens van 3 MW.

[2] De Uitgevende Instelling is niet gehouden aan c.q. vrijgesteld van de prospectusverplichting, aangezien de in artikel 53 lid 2 van de Vrijstellingsregeling Wft genoemde ’EUR 2,5 miljoen- vrijstelling‘ van toepassing is. Deze vrijstelling geldt voor aanbiedingen aan het publiek, voor zover het effecten betreft die deel uitmaken van een aanbieding waarbij de totale tegenwaarde van de aanbieding minder dan EUR 2,5 miljoen bedraagt.

[3] Disclaimer: Omdat ik uit ervaring weet dat je zodra je het woord #windmolen of #windturbine gebruikt een halve stammenstrijd ontketent op sociale media, ga ik niet in op reacties op dit blog die gaan over wel of geen molens in de Veenkoloniën of weet ik waar dan ook in Nl. Hier in Ede staan die 2 turbines prima middenin een industrieterrein en op de kruising van 2 snelwegen A12 en A30. Sterker nog: Er kunnen er nog wel een paar bij wat mij betreft.

Omdat de obligaties van de Raedthuys molens al na 3 jaar aflopen, moesten we op zoek naar een alternatief. Dat hebben we gevonden: in 2016 komen “onze” 4 Lagerwey windturbines van Windpower Nijmegen in productie. Dit zijn echte burgermolens, waarvan wij lid zijn geworden, en een stukje molen kochten.

Heeft u ook een accu van 500 kWh ?

De lancering deze week van de Powerwall, een thuisbatterij, door Teslamotors maakt veel denkkracht los. We beginnen net te wennen aan het mantra dat we van het gas af moeten, en nu zouden we ook zomaar helemaal van het net af kunnen.

Natuurlijk is autarkie de ultieme droom voor elke zelf-opwekker. Ik kan hier wel verklappen dat ik af en toe ook die vergezichten heb. Wat een weelde, nooit meer vastrecht van wat dan ook. Drinkwater maak je met wat filtertechnieken uit regenwater, je afvalwater gaat in het rietveldje waar eerst de kids stonden te stuiteren op de trampo. En de energie die halen we van het dak, en als de zon het even niet doet, dus “simpelweg” uit de Tesla thuisbatterij. Gaat dat werken?

Bufferen is vooruitzien

Het all-electric Plushuis is in 2012 geheel volgens Trias energetica gebouwd met als basisfilosofie dat de mooiste energie de niet verbruikte energie is. Verder is er rekening mee gehouden dat salderen ooit ophoudt: Dat kan niet anders, het is immers een subsidie voor zonnepanelen, waarbij de PV eigenaar het net als “gratis” (maar zeker niet kosteloos!) buffer inzet om de winter door te komen. Als kers op de taart ligt er daarom 10 kWp aan PV vermogen op het zuiddak, met een jaarproductie van ca. 10 MWh. Daartussen 2 collectoren voor de tapwatervoorziening. Helaas heb ik geen plat dak, dat mocht niet van de gemeente, dus hier geen oost-west opstelling. Omdat we met z’n 5-en maar ca. 4500 kWh/jr verbruiken, leveren we dus meer dan 2 maal zoveel terug aan het net. Uiteraard vooral in de zomer, gekscherend zeg ik altijd dat ik dat lever “voor de airco’s van de buren die niet willen isoleren”.

Ik heb me bij de keuze voor een warmtebron en afgiftesysteem terdege afgevaagd hoe je juist in de winter het energieverbruik minimaliseert. Volgens het Duitse Passiefhuis Instituut verwarm je een zo goed geïsoleerd huis via de luchtroute, en zeker niet via de waterroute. In je WTW unit komt dan een mini lucht-lucht warmtepompje die in de inblaaskanalen warme lucht aanvoert, en als je tekort komt wordt dat met soort van broodroosterelementjes per inblaasventiel elektrisch bijgestookt. Het is een relatief goedkope en eenvoudige methode van verwarmen, maar…het mooie van water is dat je er bakken met energie in kunt bufferen, wat in lucht niet lukt. Ook zakt het rendement van een warmtepomp vrij dramatisch als de brontemperatuur laag is. In ons natte kikkerlandje kan het zomaar 2 weken mistig en koud zijn, waardoor je via het vele glas op het zuiden geen warmteinstraling hebt, maar wel verliezen. De echte passiefhuis die-hards kijken me altijd meewarrig aan als ik vertel dat ik daarom juist wél een water-water warmtepomp heb.

Met mijn water-water warmtepomp ga ik met water van 27 graden de vloerverwarming in, en kom met 22 terug. De zogenaamde CoP is hierdoor 6, wat betekent dat je met 1 kWh aan stroomverbruik 6 kWh aan warmte opwekt. Bij lucht-water warmtepompen is deze verhouding jaarrond ca. 4,5, in koude perioden zakt dit tot ca. 3.   Ter vergelijking: In een zelfde grootte huis dat door dezelfde firma in Delft is gebouwd, wordt wel via die lucht-luchtroute gewerkt: Het energieverbuik is daar ca. 2 maal zo hoog: ca. 8000 kWh/jr!

Meten is weten

Dankzij mijn data-set (die teruggaat tot 1998) kan ik een aardige inkijk geven of het Plushuis dat qua isolatie en luchtdichtheid nu al voldoet aan normen van 2020 en verder “van het net af” zou kunnen. Deze grafiek laat mooi zien hoe de netto inname van stroom is uit het net, steeds op weekbasis gemeten.Surplus Plushuis 2013 en 2014

Cumulatief ziet dat er zo uit:

Surplus Plushuis 17 mei 2016

 

Kan het Plushuis met zo’n verbruiksprofiel dan van het net af?

Dan moeten we kijken hoe groot het netto verbruik is in de periode dat je op weekbasis onder de nullijn opereert, dus dat je op weekbasis stroom inkoopt: In afgelopen winter was dat verbruik ca. 1700 kWh. Als we dieper in de data duiken, en we maken een onderverdeling naar stroomverbruik voor de warmtevraag, en voor het overig verbruik, dan krijg je dit beeld:Plushuis winterdip door warmtepomp en overig verbruik

De warmtepomp soupeert dus van die 1700 kWh ca. 1200 kWh op, het overige gaat in de kookplaat en PC etc.

De Duitsers (wie anders?) die al veel verder zijn in het opvoeren van het eigen verbruik hebben prachtige tools online gezet zoals deze waarmee je naar hartenlust kunt draaien aan de knoppen “autarkie” en “eigenverbruik”. Je ziet direct hoe groot je accu moet zijn, en hoe die over het jaar heen bezet is. En altijd fijn: wat je kunt besparen. Let op: de bedragen zijn duizelingwekkend hoog, maar dat komt doordat de Duitsers geen saldeermogelijkheid kennen, maar betaald worden naar momentane marktwaarde van de stroom. Onze Klimaatzuster kondigde deze week de integratie van deze module in de Zonatlas aan, zodat we ook virtueel van het Nederlandse net af kunnen.

Heeft u ook een accu van 500 kWh?

Als je überhaupt al na wil denken over compleet van het net af, zul je dus eerst die warmte ergens moeten opslaan. Ook al heb ik een drietal warmtebronnen van 100 m. diep in de voortuin: Zodra je het daar in de zomer instopt, lekt dat alle kanten op, en bovendien komt het er echt niet met 27 graden uit, hooguit met een graad of 7 à 9.

De Denen pakken de opslag in warm water massaal collectief op: lokale energiecoöperaties stampen de ene na de andere zonthermische installatie uit de grond. solvarmedata.dk In grote buffertanks wordt de opbrengst van 1000-en zonnecollectoren opgeslagen, waarna dit via de kleinschalige warmtenetten wordt gedistribueerd.

Omdat het in Nederland nog lang niet zo ver is, ga ik zelf maar bufferen in de kelder, uiteraard stevig geïsoleerd. Die buffer warm je met collectoren in de zomer op (die liggen in de zomer toch vaak niets te doen in de brandende zon) naar zeg 52 graden. We gaan even uit van geen lekverliezen, dan zouden we 52-27=25 graden bufferen. Dat kan in een tank van 42 m3, is te overzien.

Dan blijft over aan stroom te bufferen van de zomer naar de winter ca. 500 kWh. 1 Tesla accu doet 10 kWh, 50 van die dingen lijkt me wat veel van het goede, zeker gelet op de prijs van $ 3500 per stuk. Ik hoor nu iedereen terecht denken ”dat doet het net goedkoper”.

Ik ga dus voorlopig nog niet van het net af, en hou het op aandeeltjes in de 4  burgerwindmolens die nu in Nijmegen gebouwd worden. Zeker zolang ik voor mijn zomeroverstroom betaald word, en nog teruggave energiebelasting op de koop toe krijg, komt er in mijn machinekamer voorlopig geen Powerwall naast de PV omvormers te hangen. Wel ga ik komende jaar kijken hoe ver ik kan komen door mijn warmte op te slaan in de kelder. En wie weet op termijn een Tesla in de kelder voor wat dag-nacht opvang. En ondertussen …….blijven we van autarkie dagdromen!

Een wat? Toch geen kwakhuis?

In de jaren ’70 is er stevig op losgerommeld met de bouw van houtskeletbouw (HSB) prefab huizen, net als eigenlijk met alle nieuwbouwhuizen. Gelukkig kan het ook héél anders.

Indrukwekkend

Direct na mijn opleiding in 1992 kwam ik bij een Fries bouwbedrijf te werken. We bouwden daar waterzuiveringen van prefab tanks die in Duitsland geproduceerd werden. Door de nauwkeurig geconditioneerde productieomstandigheden (voluit het “prefabriceren”) was de betonkwaliteit vele malen hoger dan je ooit op de bouwplaats zelf kunt realiseren (voor de kenners B55 ipv de voor in het werk gestorte tanks B25, grindnesten!). Dat je zodoende in 1 dag tanks kon bouwen van 8 m. hoog en 35 m. doorsnede was tamelijk indrukwekkend. De opdrachtgevers die ons inhuurden om hun afvalwaterprobleem op te lossen wisten niet dat ze deze topkwaliteit  in de turn-key oplossing er ”zomaar” bijkregen.

“Bouwbesluit, vooral niet meer, meneer”

IMG_4048De kracht van zowel het prefab-bouwen als van het compleet ontzorgen van een klant heeft mij vanaf dat moment nooit meer losgelaten. Toen ik in 2008 besloot om nieuw te gaan bouwen (over het waarom kom ik in een latere blog terug) kon het dan ook niet anders dan dat volledig prefab en in HSB zou gaan gebeuren.

Een rondje bellen met Nederlandse HSB prefab huizenbouwers leerde mij heel snel dat ik met deze bouwers nooit mijn gedroomde nulenergie-woning zou gaan realiseren.  Ik werd door hen uitgelachen dat ik een EPC van 0 wilde, met triple glas en isolatie van 30 cm dik. “Hoehaha, meneer, wij bouwen voor de huidige EPC=0,8 norm, en vooral niet meer”, en de ander ”Meneer, dat dubbelglas is goed genoeg voor u”, en de laatste “Meneer, dat kan écht niet wat u wil”. Ik dacht na paar keer hetzelfde verhaal gehoord te hebben dat ik echt gekke henkie was dat ik dit wilde.

Toevallig of niet kwam ik in Duitsland op een  website terecht van een bedrijf dat “gewoon” 1000 huizen per jaar bouwt, prefab, serie van 1.  En uiteraard niedrig Energie.  Toen ik zag dat een Nederlandse architect de agent was, wist ik het zeker: “Zo gaan we het doen!”

Perplex

Na een interessante en vooral intensieve “klantreis” werd op 15 en 16 mei 2012 in 2 dagen (en 31 uur) een compleet vrijstaand huis met een 90 tons kraan neergezet door 4 vaklui, en door diezelfde 4 vaklui in de 20 werkdagen erna compleet (en foutloos!) afgemonteerd. Spitzenklasse!

IMG_4098

Ik was dus wel wat gewend uit mijn prefab verleden, maar ik stond samen met de buurt perplex. Dat je ’s morgen als buurman naar je werk fietst, en dat er bij thuiskomst dus gewoon een huis staat. Met daarin niet alleen het triple glas, maar ook de zonwering, de elektriciteitsdraden, tot aan het stucwerk en steenstrips aan toe. En de 42 zonnepanelen lagen binnen een week te produceren.

En in tegenstelling tot wat veel mensen denken: nee het is géén kwakhuisje, het is een huis met 30 jaar garantie op de constructie. Maar het allerbelangrijkste waarvoor je een huis bouwt, huurt of koopt: het is een heel fijn thuis voor mij en mijn gezin: het voelt aan als altijd lente.

Prefab renoveren kan óók

Nu zet ik al deze prefab passiefhuis ervaringen in om de renovatie van bestaande woningen  naar energieneutraal op een gelijksoortige industriële prefab manier aan te pakken. Gelukkig is nu in Nederland een aantal consortia bezig om prefab renovatieconcepten te ontwikkelen. We gaan de prefab montageteams met de mobiele kranen komende jaren nog heel veel zien in het Nederlandse straatbeeld.